In uitvoering van het federale regeerakkoord werd de programmawet op 23 februari 2026 gepubliceerd. Die wet bevat een reeks fiscale hervormingen, waaronder een aanpassing van de gunstregimes voor dividenduitkeringen via de VVPRbis-regeling en de liquidatiereserve. De bedoeling van de federale regering is om beide systemen verder op elkaar af te stemmen en tegelijk een aantal misbruiken aan te pakken.
Voor ondernemers met een kmo-vennootschap is het belangrijk om deze wijzigingen goed te begrijpen, aangezien ze een directe impact hebben op de fiscale behandeling van toekomstige dividenduitkeringen.
Dividenduitkeringen in een kmo-vennootschap
Een kmo-vennootschap kan dividenden uitkeren volgens de gewone fiscale regels, waarbij een roerende voorheffing van 30% verschuldigd is. Daarnaast bestaan twee gunstregimes die onder bepaalde voorwaarden een lagere belasting mogelijk maken:
• de VVPRbis-regeling;
• de liquidatiereserve.
Beide regimes blijven bestaan, maar vanaf 1 juli 2026 stijgt de totale belastingdruk na de wachttermijn van 15% naar 18%.
VVPRbis: verhoging van 15% naar 18%
De VVPRbis-regeling laat toe om dividenden tegen een verlaagd belastingtarief uit te keren wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo moeten de aandelen sinds 1 juli 2013 zijn uitgegeven naar aanleiding van een inbreng in geld en moet de vennootschap op dat ogenblik een kleine vennootschap zijn.
Ook is er de wachttermijn van drie jaar behouden. Dividenden die vroeger worden uitgekeerd, blijven onderworpen aan het gewone belastingtarief van 30%. Vanaf het vierde boekjaar geldt het verlaagde tarief.
Nieuw is dat het gunstbelastingtarief vanaf 1 juli 2026 stijgt van 15% naar 18%. Daardoor wordt het fiscale voordeel van VVPRbis kleiner, maar het blijft voordeliger dan een gewone dividenduitkering aan 30% .
Liquidatiereserve: zelfde belastingdruk als VVPRbis
Ook voor de liquidatiereserve wijzigt de fiscale behandeling. Een liquidatiereserve is een fiscaal interessante manier om geld uit de vennootschap te halen door een deel van de winst als liquidatiereserve te boeken.
Een kmo-vennootschap kan jaarlijks een liquidatiereserve aanleggen door op de gereserveerde winst een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 10% te betalen. Bij een latere uitkering wordt vervolgens nog roerende voorheffing geheven, afhankelijk van het tijdstip van uitkering.
Voor liquidatiereserves die vanaf 31 december 2025 worden aangelegd, geldt voortaan het volgende:
• uitkering binnen drie jaar: 30% roerende voorheffing;
• uitkering na drie jaar: 9,8% roerende voorheffing.
Samen met de vooraf betaalde 10% bedraagt de totale belastingdruk hierdoor eveneens 18%, waardoor de liquidatiereserve fiscaal gelijk wordt behandeld aan een dividend onder het VVPRbis-regime.
Voor liquidatiereserves die vóór 31 december 2025 werden aangelegd, blijven de overgangsregels gelden. Ondernemers behouden daar de keuze tussen:
• uitkering na drie jaar tegen 6,5% roerende voorheffing (totale belastingdruk 15%);
• uitkering na vijf jaar tegen 5% roerende voorheffing (totale belastingdruk 13,64%);
• uitkering binnen drie jaar tegen 20% roerende voorheffing;
• uitkering bij vereffening aan 0% roerende voorheffing.
Deze overgangsregeling blijft dus gunstiger dan het nieuwe regime.
Nieuwe antimisbruikmaatregelen
Naast de tariefverhogingen voert de programmawet twee specifieke antimisbruikbepalingen in.
1. Wijziging van de afsluitdatum van het boekjaar
De eerste maatregel wil voorkomen dat vennootschappen hun boekjaar kunstmatig vervroegen om nog onder de oude, gunstigere regeling te vallen.
Wijzigingen van de afsluitdatum die vanaf 24 november 2025 werden doorgevoerd, kunnen daarom fiscaal buiten beschouwing worden gelaten wanneer ze uitsluitend bedoeld zijn om de hogere belasting te vermijden. In dat geval blijft op latere dividenduitkeringen het nieuwe tarief van 9,8% van toepassing.
Deze antimisbruikbepaling is evenwel weerlegbaar. Kan de belastingplichtige aantonen dat de wijziging hoofdzakelijk om economische of organisatorische redenen gebeurde, dan blijft de oude regeling mogelijk behouden.
2. Kunstmatige vereffening
De tweede antimisbruikmaatregel richt zich op situaties waarin een vennootschap uitsluitend wordt geliquideerd om de liquidatiereserve belastingvrij uit te keren, waarna dezelfde activiteit onmiddellijk via een nieuwe vennootschap wordt voortgezet.
Wanneer een aandeelhouder binnen drie jaar na de uitkering opnieuw actief wordt in een vennootschap die dezelfde of gelijkaardige activiteiten uitoefent, vervalt het gunstige nultarief bij de vereffening.
De maatregel geldt enkel wanneer de aandeelhouder binnen de driejarige termijn opnieuw als bedrijfsleider optreedt. Het louter aanhouden van aandelen in een nieuwe vennootschap is op zich onvoldoende.
Ook hier blijft tegenbewijs mogelijk. Wanneer de vereffening hoofdzakelijk door andere motieven wordt verantwoord — bijvoorbeeld een tijdelijke overstap naar een functie als werknemer of een langdurige zorgsituatie — kan de belastingplichtige aantonen dat geen sprake is van fiscaal misbruik.
Indien geen tegenbewijs wordt geleverd, wordt de eerder belastingvrij uitgekeerde liquidatiereserve alsnog belast aan 30% in de personenbelasting, bovenop de reeds betaalde heffing van 10%.
Inwerkingtreding
De bepalingen over het verhoogde VVPRbis-tarief en de nieuwe antimisbruikregeling inzake liquidatiereserves zijn van toepassing vanaf 1 juli 2026.
Conclusie
Met deze hervorming worden de VVPRbis-regeling en de liquidatiereserve grotendeels geharmoniseerd. Beide systemen kennen voortaan een wachttermijn van drie jaar en een totale belastingdruk van 18%.
Voor ondernemers die nog beschikken over oudere liquidatiereserves blijft de overgangsregeling interessant, aangezien deze onder bepaalde voorwaarden nog steeds een lagere belastingdruk oplevert.
Daarnaast tonen de nieuwe antimisbruikbepalingen aan dat de wetgever nadrukkelijk wil verhinderen dat de gunstregimes worden gebruikt voor louter fiscale optimalisatie zonder economische motieven. Een tijdige evaluatie van de dividendstrategie en de vennootschapsstructuur blijft daarom aangewezen.
U kunt steeds bij LexQuire terecht om uw zaak te analyseren en u te begeleiden. Neem gerust contact met ons op.



