Winstbelasting in de digitale revolutie: navigeren door nieuwe uitdagingen en kansen 

| NL Law

| Leestijd: 4 minuten
winstbelasting

In een tijd waarin technologische vooruitgang zich in hoog tempo voltrekt en digitalisering ongekende vormen aanneemt, staat het belastingstelsel op een belangrijk kantelpunt. De manier waarop winst wordt belast en de regelgeving die daaraan ten grondslag ligt, verandert door de opkomst van digitale bedrijfsmodellen en grensoverschrijdende activiteiten. Traditionele uitgangspunten van de winstbelasting komen onder druk te staan en belastingautoriteiten wereldwijd zoeken naar nieuwe aanknopingspunten om heffing mogelijk te maken in een steeds veranderende economische realiteit. 

Toekomst winstbelasting: Ingrijpende veranderingen op komst 

De vraag hoe winstbelasting moet worden vormgegeven in een snel digitaliserende economie staat centraal in nationale én internationale discussies. Bestaande regels en concepten worden kritisch bekeken, terwijl belastingdiensten en rechterlijke instanties zich moeten verhouden tot ondernemingen die steeds minder gebonden zijn aan fysieke grenzen. 

Historisch gezien baseren landen hun heffingsrechten op fundamentele beginselen, zoals het woonplaatsbeginsel, bronbeginsel en – in sommige gevallen – het nationaliteitsbeginsel. Daarbij geldt vaak dat de vestigingsplaats van een onderneming of de geografische herkomst van inkomsten bepalend is voor belastingplicht. Dit sluit aan bij het profijtprincipe: wie profiteert van collectieve voorzieningen, draagt bij aan de financiering daarvan via belastingen. 

Digitale aanwezigheid als nieuw aanknopingspunt voor winstbelasting 

Door digitale en technologische ontwikkelingen opereren ondernemingen steeds vaker in markten zonder fysieke aanwezigheid. Dit roept een essentiële vraag op: kan een digitale aanwezigheid een zelfstandig criterium vormen voor belastingplicht? 

In dat kader worden begrippen als significant digital presencedigital permanent establishment en economic nexus besproken. Naast de vraag wanneer digitale aanwezigheid leidt tot belastingplicht, ontstaat een tweede uitdaging: hoe winst vervolgens aan die digitale aanwezigheid moet worden toegerekend. Juist die winstallocatie is complex, omdat waardecreatie in digitale modellen vaak plaatsvindt via data, gebruikersinteractie en schaalvoordelen die niet eenvoudig geografisch te plaatsen zijn. 

Internationale winstbelasting en digitalisering: OECD en BEPS 2.0 

De OESO heeft zich al geruime tijd beziggehouden met de fiscale uitdagingen van de digitaliserende economie. In 2018 werden de discussies hierover verder geïntensiveerd binnen de OESO, gevolgd door het G20/OECD Inclusive Framework on BEPS. Daarin werd gewerkt aan een internationale oplossing om te voorkomen dat belastingstelsels achterblijven bij economische ontwikkelingen. 

Vanaf 2019 presenteerde de OESO, in het kader van BEPS Actie 1: Belastinguitdagingen door digitalisering, verdere voorstellen die uiteindelijk zijn uitgewerkt onder het zogenoemde BEPS 2.0-initiatief. BEPS 2.0 bestaat uit twee pijlers: Pillar One en Pillar Two.  

Pillar One en winstbelasting: herverdeling van belastingrechten 

De eerste pijler, Pillar One, beoogt een evenwichtigere verdeling van belastingrechten tussen staten met betrekking tot ondernemingswinsten. Het doel is om marktlanden – waar gebruikers zich bevinden en waar afzet plaatsvindt – meer heffingsrechten te geven, ook wanneer een onderneming daar geen fysieke aanwezigheid heeft. 

Binnen Pillar One is gewerkt aan modellen om zeer grote multinationals beter te kunnen betrekken in de belastingheffing in landen waar zij economisch actief zijn. In de kern leidt dit tot een grotere toewijzing van winst aan gebruikers- of marktlanden. 

Pillar One richt zich met name op multinationals met een jaarlijkse omzet van meer dan 20 miljard euro en een winstgevendheid van ten minste 10%. Voor deze groep zouden winsten volgens nieuwe regels gedeeltelijk worden toegewezen aan marktlanden waar producten en diensten worden gebruikt. Hoewel er internationale overeenstemming is over de richting, verloopt de wereldwijde implementatie in de praktijk traag en is de uiteindelijke invoering nog afhankelijk van verdere politieke en juridische besluitvorming.  

Pillar Two en winstbelasting: wereldwijd minimumbelastingtarief 

De tweede pijler, Pillar Two, is uitgewerkt in de zogeheten Global Anti-Base Erosion (GloBE) Rules. Deze pijler introduceert een wereldwijd effectief minimumbelastingtarief van 15% voor grote multinationals met een jaarlijkse omzet van ten minste 750 miljoen euro. 

Het uitgangspunt is dat staten hun fiscale soevereiniteit behouden, maar dat er een ondergrens wordt gelegd onder de mate waarin winst laagbelast kan blijven. Wanneer in een bepaald land effectief minder dan 15% belasting wordt geheven, kan een aanvullende heffing plaatsvinden om het effectieve tarief alsnog op minimaal 15% te brengen. 

In december 2022 bereikten de EU-lidstaten overeenstemming over de implementatie van Pillar Two. Nederland heeft de EU-richtlijn geïmplementeerd via de Wet minimumbelasting 2024. Deze wet voorziet onder meer in: 

  • een binnenlandse bijheffing (QDMTT), 
  • de income inclusion rule (IIR), en 
  • de undertaxed profits rule (UTPR).

Deze minimumbelasting maakt geen onderdeel uit van de reguliere Nederlandse vennootschapsbelasting, maar betreft een afzonderlijke heffing die via een eigen aangifte wordt voldaan. 

Internationale verschillen in winstbelasting: de positie van de Verenigde Staten 

Hoewel Pillar Two binnen de Europese Unie inmiddels is ingevoerd, is de wereldwijde toepassing niet overal gelijk. Met name de Verenigde Staten hanteren een eigen benadering van minimumheffing en sluiten niet in alle opzichten aan bij de systematiek zoals die in de EU is vormgegeven. 

Recent is bovendien internationaal overeengekomen dat voor de Verenigde Staten een uitzondering of afwijkende behandeling geldt binnen de verdere afstemming rondom Pillar Two. In de praktijk kan dit betekenen dat de uiteindelijke fiscale gevolgen voor multinationals met substantiële activiteiten in de VS anders uitpakken dan voor groepen die uitsluitend binnen de EU opereren. Dit onderstreept dat internationale harmonisatie in de praktijk complex blijft en dat verschillen in implementatie per jurisdictie voorlopig relevant zullen blijven.  

Juridische aandachtspunten en misbruikbestrijding bij winstbelasting 

Een belangrijk aandachtspunt bij internationale fiscale hervormingen is de verhouding tot bestaande Europese uitgangspunten, waaronder het EU-rechtelijke misbruikbegrip. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in eerdere jurisprudentie het begrip misbruik in bepaalde situaties relatief beperkt uitgelegd. Daarbij wordt misbruikbestrijding vooral gerechtvaardigd geacht wanneer sprake is van volledig kunstmatige constructies die uitsluitend zijn opgezet om belasting te ontwijken. 

In de praktijk kan dit vragen oproepen over de reikwijdte en toepassing van nationale antimisbruikmaatregelen, maar ook over de manier waarop nieuwe internationale regels zich verhouden tot bestaande Europese kaders. Hoe deze verhouding zich precies zal ontwikkelen, blijft onderwerp van discussie en verdere juridische duiding. 

 Tot slot 

Dit tijdperk van fiscale hervormingen vraagt om een zorgvuldig evenwicht tussen digitale realiteiten en fiscale rechtvaardigheid. Het debat over digitale belastingheffing is complex en blijft zich snel ontwikkelen, met ingrijpende gevolgen voor nationale en internationale economieën. De uitdaging is om een belastinglandschap vorm te geven dat aansluit bij moderne vormen van waardecreatie, zonder de uitvoerbaarheid en rechtszekerheid uit het oog te verliezen. 

Heeft u vragen over de gevolgen van deze ontwikkelingen voor uw onderneming? Neem gerust contact op met onze afdeling Tax.  

Beoordeel bericht
0 / 5

Your page rank:

Article Contact Form (Short Form)

Kunnen wij helpen?

Privacy *