Vele huizen aan de kust zijn in het bezit van de oosterburen. Wordt een vakantiewoning tijdelijk verhuurd, dan heeft dit gevolgen op het gebied van belastingen. Maar wat zijn precies de belastinggevolgen bij een vakantiewoning en hoe gaat dit in zijn werk?

Vakantiewoning verhuren en belasting: Het belastingverdrag

In deze bijdrage zal worden ingegaan op de fiscale gevolgen, zoals deze uit het belastingverdrag Nederland-Duitsland (hierna: ‘het belastingverdrag’) blijken. Belastingverdragen regelen de heffingsbevoegdheid – hiermee kan worden bepaald welk land belasting mag berekenen over bepaalde inkomsten. Onderscheid wordt gemaakt tussen bronbelastingen en ingezetenenbelasting. Om te weten hoe de belastingheffing over een vakantiewoning plaatsvindt, moet naast het belastingverdrag ook rekening worden gehouden met de zienswijze van de nationale autoriteiten. Vandaar dat ook de praktische uitvoering van het wettelijke kader door de Nederlandse, alsmede de Duitse belastingdienst zal worden meegenomen in deze bijdrage.

Bronbelasting

Een bronbelasting kan verschuldigd zijn op het moment dat er inkomsten zijn in een ander land dan het woonland. Het gaat in dat geval om de vraag of er een bepaalde specifieke binding met een land is.

In artikel 6 van het belastingverdrag is bepaald dat de inkomsten uit een onroerende zaak worden belast in het land waar de onroerende zaak is gelegen. Huurinkomsten zijn inkomsten uit een onroerende zaak en mogen in het land waar de onroerende zaak is gelegen in de belastingheffing worden betrokken. Dit is een duidelijk voorbeeld van een bronbelasting, de belastingheffing is afhankelijk van de locatie waar de inkomsten vandaan komen.

Ingezetenenbelasting

Hiertegenover staat de ingezetenenbelasting, welke geheven wordt op basis van inwonerschap (conform de nationale wetgeving). De inkomstenbelasting is een goed voorbeeld van een ingezetenenbelasting, in beginsel wordt dit geheven in het woonland. Wel zou het zo kunnen zijn dat bepaalde elementen – als ware het een bronbelasting – in een ander land in aanmerking worden genomen.

Is een vakantiewoning een onroerende zaak?

Het begrip onroerende zaak is enigszins abstract. Een vakantiewoning zal vrijwel altijd als onroerende zaak gelden, zeker naar Nederlandse maatstaven. Het belastingverdrag benoemt ook dat de vraag of er sprake is van een onroerende zaak naar de nationale maatstaven moet worden beoordeeld. In de Nederlandse rechtspraak zijn er vele voorbeelden te vinden waarin de vraag is gesteld of iets een onroerende of een roerende zaak is. Het bekendste voorbeeld is het Portacabin-arrest. De Hoge Raad heeft in dit arrest het criterium genoemd dat nog steeds wordt toegepast, namelijk of het gaat om een werk dat bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Een werk is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven indien het niet op een eenvoudige wijze te verplaatsen is en dit grote constructie-aanpassingen vereist. Voor vrijwel elke vakantiewoning zal dit gelden.

Inkomsten uit een vakantiewoning, tijd om belasting te betalen, wat nu?

Nu duidelijk is dat een vakantiewoning meestal als onroerende zaak kwalificeert en dat de huurinkomsten die daaruit worden genoten als inkomsten gelden, is de vraag hoe hier verder mee moet worden omgegaan. Deze vraag ziet zowel op de wijze waarop de Nederlandse belastingdienst de inkomsten heft, maar ook wat de Duitse belastingdienst doet om dubbele heffing te voorkomen. De Nederlandse belastingdienst is betrokken, omdat dit de autoriteit is die toepassing geeft aan de bronheffing. De Duitse belastingdienst is betrokken als woonland, waar de belastingplichtige ingezetene is.

Het antwoord op de vraag wat de Duitse belastingdienst doet om dubbele heffing te voorkomen is te vinden in artikel 22 van het belastingverdrag. Duitsland verleent een vrijstelling voor inkomen uit Nederland, waarover Nederland een bronbelasting mag heffen. Voor inkomen uit een vakantiewoning gelden de uitzonderingen van artikel 22 niet. Voorwaarde voor de vrijstelling is dat er daadwerkelijk belasting moet worden betaald in Nederland.

Huur inkomsten of Box 3?

De heffing in Nederland voor een tweede woning vindt echter niet plaats aan de hand van de huurinkomsten, doch valt deze woning in de zogeheten Box 3. Heffing vindt dan plaats op basis van het vermogen. Dit betekent dat niet de huurinkomsten zelf, maar de waarde van de woning bepalend zijn voor de belastingheffing. Een inwoner van een ander land, zoals Duitsland, is op grond van artikel 7.7 Wet Inkomstenbelasting 2001, buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit in ieder geval voor de onroerende zaak die deze inwoner in Nederland heeft. Dit heeft als gevolg dat u in Nederland aangifte inkomstenbelasting dient te doen voor deze onroerende zaak.

Vragen over vakantiewoningen en de belasting?

Het bezitten en het verhuren van een vakantiewoning in Nederland is niet zonder gevolgen. Het is van belang dat u zich daar bewust van bent. Heeft u vragen over de verhuur van uw vakantiewoning in Nederland? Of heeft u vragen over de wijze waarop u een belastingaangifte dient in te vullen? De specialisten van LexQuire Tax & Law denken graag met u mee. U kunt ze direct bereiken via info@lexquire.nl of via 043- 711 22 07.

 

 Door mr. T.J. (Thom) Wittendorp