Rangregeling: zo wordt de veilingopbrengst verdeeld

| NL Law

| Leestijd: 3 minuten
rangregeling executoriale verkoop

Rangregeling bepaalt wie wat krijgt uit de verkoopopbrengst van een executieveiling. Maar wie mag meedelen, en in welke volgorde? In deze blog leest u hoe de rangregeling werkt.

Rangregeling: wie mag er meedoen?

Wanneer een onroerend goed executoriaal wordt verkocht, moet de opbrengst worden verdeeld tussen de verschillende schuldeisers. Als zij het niet eens worden over de verdeling, voorziet het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in een gerechtelijke rangregeling. De executieopbrengst wordt eerst bij een bewaarder gestort, waarna schuldeisers die een aanspraak hebben op dat goed zich kunnen melden. Komen alle gerechtigden tot overeenstemming? Dan kan tot verdeling op basis van die overeenstemming worden overgegaan. Is er geen overeenstemming? Dan volgt altijd een rangregeling volgens de wet.

De rangregeling is uitsluitend toegankelijk voor schuldeisers die daadwerkelijk een verhaalsrecht op het geëxecuteerde goed hebben. Dit zijn beslagleggers die vóór de executie beslag hebben gelegd. En beperkt gerechtigden wier recht door executie is vervallen (art. 480 Rv). Andere schuldeisers, zoals concurrente crediteuren zonder beslag, kunnen dus niet deelnemen. Zij delen ook niet mee in de opbrengst. Het gevolg hiervan is dat de uiteindelijke verdeling niet wordt bepaald door de vraag wie er vorderingen heeft op de schuldenaar, maar door wie er juridisch een verhaalsrecht op het goed kan uitoefenen.[1]

Rangorde: wie gaat voor?

Het stelsel van rangorde wordt mede bepaald door het goederenrecht. Hypotheken gaan in beginsel voor volgens het uitgangspunt dat het oudste recht voorgaat. Binnen dit kader kunnen partijen hun rang onderling beïnvloeden. Zo is sinds 1992 op grond van art. 3:262 BW rangwisseling mogelijk tussen beperkte rechten, waaronder hypotheken, bijvoorbeeld in het kader van herfinanciering of de vestiging van een recht van opstal. De wet laat echter geen rangwisseling met beslag toe. Daarnaast kunnen wettelijke preferenties de rangorde doorbreken, zoals het retentierecht van de aannemer (art. 3:291 jo. 6:57 BW) of het voorrecht wegens kosten van behoud (art. 3:284 lid 2 BW).[2]

Achterstelling werkt alleen soms in de rangregeling

Binnen rangregelingen speelt ook de vraag van achterstellingen. Contractuele achterstelling werkt uitsluitend als zowel de senior als de junior daadwerkelijk in de rangregeling opkomen. De achterstelling krijgt pas betekenis binnen de onderlinge rangorde tussen de schuldeisers die deelnemen aan de regeling. Als de senior niet opkomt, bijvoorbeeld omdat hij geen beslag heeft gelegd, kan de junior onbeperkt meedelen alsof er geen achterstelling bestond. Dit maakt duidelijk dat contractuele achterstellingen geen effect hebben op de rangregeling zonder beslag.

Faillissement vóór levering: aparte rangregeling

Een bijkomende complicatie ontstaat wanneer de schuldenaar failliet wordt voordat het verkochte goed aan de koper is geleverd. In dat geval valt het goed in de faillissementsboedel en komt daarop het faillissementsbeslag te rusten. De opbrengst van een executie door een zekerheidsgerechtigde tijdens faillissement wordt buiten de boedel om verdeeld. Dit wordt gedaan in een aparte rangregeling. De curator treedt dan op als beslaglegger namens alle verifieerbare schuldeisers. Hij moet bovendien de belangen behartigen van schuldeisers met een hogere rang dan de executerende zekerheidsgerechtigde. Dit kan zelfs concurrente crediteuren omvatten als de zekerheidsrechtshouder contractueel achtergesteld is.[3]

Fouten van de notaris doorbreken de rangregeling niet

Dat de rangregeling een strikt juridisch kader volgt, blijkt duidelijk uit het arrest Heembouw/Fortis. In die zaak had de notaris onterecht verklaard dat de koopprijs was ontvangen. De koopprijs bleek buiten de notaris om verrekend te zijn. De Hoge Raad oordeelde dat de rangregeling toch moet worden uitgevoerd alsof de koopprijs correct bij de notaris was gestort. Onregelmatigheden in de afwikkeling van de executie doen dus niets af aan het recht van schuldeisers op een rangregeling. Echter leggen deze wel een zware aansprakelijkheidslast bij de notaris. Bijvoorbeeld wanneer hij de gelden niet conform art. 551 Rv heeft ondergebracht bij de bewaarder. De Hoge Raad maakte helder dat een schuldeiser slechts in de rangregeling kan worden toegelaten voor de vordering waarvoor beslag is gelegd. Een tweede vordering waarvoor geen executiemaatregel bestond, kon niet alsnog deelnemen.4

Conclusie

De rangregeling waarborgt dat de executieopbrengst wordt verdeeld volgens een strikt wettelijk systeem. Uitsluitend schuldeisers met een daadwerkelijk verhaalsrecht op het geëxecuteerde goed kunnen deelnemen aan de rangregeling. De rangorde wordt bepaald tijdens de procedure en achterstellingen werken slechts onder specifieke omstandigheden. Procesfouten van bijvoorbeeld de notaris doen aan de regeling zelf niets af, maar vergroten wel diens aansprakelijkheid.

Heeft u vragen over dit onderwerp of wenst u advies/juridische bijstand, dan kunt u contact opnemen met Lexquire Internationale advocaten, notarissen en belastingadviseurs.

 

[1] Pannevis, Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/ par. 9.2.2.4.
[2] Van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed (AN nr. 120) 2018/ par. 17.15.3.
[3] Pannevis, Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/ par. 9.2.2.4.
[4] HR 12 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3096 (Heembouw/Fortis). 

Beoordeel bericht
0 / 5

Your page rank:

Article Contact Form (Short Form)

Kunnen wij helpen?

Privacy *