Ontbinding van een borgtochtovereenkomst
Door Rob Geraats

In deze bijdrage ga ik kort in op de vraag of een borgtochtovereenkomst ontbonden kan worden. De Hoge Raad heeft namelijk op 15 juni 2018[1] bepaald dat dit in beginsel niet mogelijk is.

De casus was (versimpeld weergegeven) als volgt:
A had een borgtocht afgegeven door B ten behoeve van een bank. B kon op enig moment zijn verplichtingen aan de bank niet langer voldoen en de bank riep de borgtocht in. Dit betekent dat A in beginsel aangesproken kan worden voor de resterende schuld van B.

A was echter van mening dat de bank tekort was geschoten in haar verplichtingen jegens hem. De bank  zou namelijk niet aan haar zorgvuldigheidsverplichtingen hebben voldaan. A heeft toen op grond van dat feit de borgtochtovereenkomst ontbonden.

A wilde namelijk (vanzelfsprekend) niet langer door de bank aangesproken kunnen worden en hiertoe zou ontbinding ook leiden. Ontbinding heeft namelijk als effect dat een overeenkomst in elk geval vanaf het moment van het inroepen van de ontbinding niet meer bestaat.

De centrale vraag die de Hoge Raad moest beantwoorden was of een borgtochtovereenkomst eigenlijk wel ontbonden kan worden. De Hoge Raad oordeelt van niet.

Een borgtocht is namelijk een speciaal type overeenkomst waar de wet een nadere regeling voor kent.[2] Een van de kenmerken van de borgtochtovereenkomst is dat dit géén wederkerige overeenkomst is. De borg is namelijk de enige die een verbintenis op zich neemt; namelijk het voldoen van de schuldeiser indien hij correct wordt aangesproken voor de schuld waarvoor hij borg staat. De Hoge Raad overweegt echter dat aan de andere zijde van de overeenkomst de schuldeiser geen verbintenis op zich neemt. Deze neemt immers geen verbintenis op zich; hij verkrijgt enkel een recht.

Artikel 6:225 BW bepaalt echter dat ontbinding op grond van een tekortkoming moet geschieden. Als nu de schuldeiser geen verplichtingen heeft uit de overeenkomst, kan deze logischerwijs ook niet tekort schieten. Dus, aldus de Hoge Raad, kan een borgtochtovereenkomst niet ontbonden worden.

Dit betekent a contrario dus ook dat een borgtochtovereenkomst wel ontbonden kan worden als ook de schuldeiser in dat kader verplichtingen aangaat. Daarbij moeten die verplichtingen wel in een zeer nauw verband met de borgtochtovereenkomst staan, zodat alsnog sprake is van een wederzijdse overeenkomst.

Indien u dus ooit geconfronteerd wordt met een borgtochtovereenkomst, is het van belang u allereerst af te vragen of deze overeenkomst ook verplichtingen voor de borg inhoudt. In zulk een geval kan de overeenkomst namelijk – onder omstandigheden – mogelijk ontbonden worden. Indien dit echter niet het geval is, blijft natuurlijk wel nog altijd de mogelijkheid de borgtocht te vernietigen, maar de mogelijkheden hiervoor zijn beperkt.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de specialisten van LexQuire Tax & Law.

[1] HR: 15-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:915.

[2] Artikel 7:850 e.v. BW.