De vereffening van een negatieve nalatenschap.

Indien een nalatenschap negatief is, hebben de aangewezen erfgenamen de keuze om deze te verwerpen of te aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving (‘beneficiaire aanvaarding’), om zodoende te voorkomen dat de erfgenamen met hun privévermogen aansprakelijk zijn voor de schulden van overledene. Wanneer voor de beneficiaire aanvaarding wordt gekozen, dan dient de nalatenschap overeenkomstig een in de wet omschreven procedure te worden vereffend. Zijn er meerdere erfgenamen welke de  nalatenschap beneficiair hebben aanvaarden, dan zijn deze gezamenlijk met de vereffening belast. De erfgenamen, maar ook belanghebbende derden kunnen aan de rechtbank verzoeken om een (andere) vereffenaar te benoemen. Voorts bestaat de mogelijkheid dat de erfgenamen, als vereffenaren, aan bijvoorbeeld een notaris de opdracht verlenen om uitvoering van de vereffening ter hand te nemen. Dit laatste brengt natuurlijk kosten met zich mee.  Afhankelijk van de gegeven opdracht worden deze kosten door de erfgenamen zelf of (alleen) door de nalatenschapsboedel gedragen.

De vereffening vangt aan met het opmaken van een boedelbeschrijving. Deze geeft een opsomming van alle tot de nalatenschap behorende activa en passiva. In het kader van de vereffening zullen de activa zoals bijvoorbeeld een auto, inboedel of een woonhuis liquide moeten worden gemaakt om daarmee de schulden te kunnen voldoen. Bij de verdeling van de opbrengsten dient rekening te worden gehouden met de positie van de verschillende schuldeisers. Schuldeisers kunnen zekerheden hebben bedongen, zoals een hypotheek of pandrecht, wettelijk een voorrangspositie hebben, zoals de belastingdienst of bijvoorbeeld beslag hebben gelegd. Om een goed beeld te krijgen van de passiva zal primair worden gekeken naar de aanwezige administratie van de erfgenaam, op basis daarvan zullen de bekende schuldeisers worden aangeschreven. Of daarnaast een openbare oproeping dient plaatsvinden is afhankelijk van wie tot vereffenaar is benoemd en of de kantonrechter tot openbare oproeping heeft bevolen.

Het is goed mogelijk dat reeds snel blijkt dat er eigenlijk nauwelijks activa aanwezig zijn, om de schulden te voldoen. In dat geval kan de vereffenaar of een belanghebbende  aan de kantonrechter verzoeken de opheffing van de vereffening te bevelen (artikel 4:209 BW). Wanneer er in het kader van de vereffening kosten zijn gemaakt, dan komen deze ten laste van de boedel. Wanneer de omvang van de boedel daartoe onvoldoende is, kunnen deze onder bepaalde omstandigheden ten laste van het vermogen van de erfgenamen worden gebracht. Dit geldt niet alleen in het geval er erfgenamen zijn welke de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, maar tevens indien een erfgenaam de voldoening van de schuld verhindert, hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt, door deze opzettelijk goederen aan de nalatenschap worden onttrokken, of deze als vereffenaar in de vervulling van zijn verplichtingen als zodanig in ernstige mate verwijtbaar tekortschiet.

Voormeld artikel 4:209 BW biedt ook de mogelijkheid om te verzoeken om een kosteloze vereffening. De vereffeningskosten zoals de publicatiekosten, griffierecht en  eventueel het loon van de vereffenaar worden dan niet ten laste van de boedel gebracht, maar worden door de staat gedragen.

In een recent door de Hoge Raad gewezen arrest is bepaald dat het niet mogelijk is om een verzoek tot opheffing van de vereffening te combineren met het verzoek tot een kosteloze vereffening.

In het geval er sprake is van een omvangrijke boedel, waarvan de afwikkeling de nodige kosten met zich meebrengt, kunnen schuldeisers belang hebben bij een kosteloze vereffening. Er blijft dan immers meer over om daaruit de schulden van de nalatenschap deels te voldoen. Nog los van de beslissing van de Hoge Raad, dient te worden opgemerkt dat in een dergelijk geval overigens ook niet snel een verzoek tot opheffing van de vereffening zal worden toegewezen. De aanwezigheid van activa, ook indien deze onvoldoende zijn om alle schulden te voldoen, is voldoende reden om tot vereffening over te gaan.

Dit artikel gaat slechts in op de hoofdlijnen van de vereffening. Men ziet dat in de praktijk door beneficiair aanvaardende erfgenamen, welke als vereffenaar zijn benoemd, vaak slechts beperkt op voormelde wijze wordt vereffend. Zoals hiervoor reeds werd aangegeven kan dit ertoe leiden dat het beoogde doel van de beneficiaire aanvaarding, het niet met het privévermogen aansprakelijk zijn voor de schulden van de nalatenschap, niet wordt bereikt. Het is in elk geval van belang om zekerheid te verkrijgen over de bereidheid van schuldeisers om tot kwijtschelding en niet invordering over te gaan. Voorts is het voor de erfgenaam van belang om zich geen activa toe te eigenen alvorens de vereffening op een juiste wijze is afgerond en daarbij is gebleken dat er alsnog sprake is van een overschot.

Indien u vragen heeft over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Gabriel Spera, spera@lexquire.nl.