De rechter en producties in een vreemde taal, hoe te handelen?

Op 15 januari 2016 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen dat voor onze grensoverschrijdende praktijk en voor u als internationaal georiënteerde ondernemer van groot belang is.

In dit arrest (HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:65) heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de vraag hoe een rechter om dient te gaan met producties in een vreemde taal. Buiten een regeling voor stukken in de Friese taal, kent de Nederlandse wet namelijk geen regeling voor dit soort situaties.

1)         Het arrest
In onderhavig arrest speelde de volgende casus: Eisers tot cassatie hadden een autohandel in Duitsland. Zij stellen dat zij door de verweerder in cassatie opgelicht zijn, nu deze bij hen een auto had gekocht met een cheque die niet valide bleek te zijn.

In het hier behandelde arrest eisten eisers daarom schadevergoeding. Ter ondersteuning van die vordering hebben zij een verklaring in de Duitse taal overgelegd bij hun memorie van grieven. Daarnaast hebben zij bij akte aangekondigd een beëdigde vertaling over te leggen, maar dit hebben zij vervolgens niet gedaan.

Het hof heeft in het hoger beroep deze verklaring, en nog enkele andere verklaringen in een andere taal dan de Nederlandse, geheel en al buiten beschouwing gelaten. Dit, zo oordeelt het hof, omdat eisers onvoldoende vermeld hadden wat deze verklaringen in het onderhavige geding zouden kunnen ondersteunen.

Tegen dit oordeel komen eisers op in cassatie. De Hoge Raad stelt hierbij voorop dat de wet geen regeling kent inzake het gebruik van vreemde talen in een gerechtelijke procedure – met uitzondering van de Friese taal. Daarom formuleert de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.4.4. de volgende uitgangspunten die hierbij te gelden hebben:

De rechter dient steeds acht te slaan op behoorlijk in het geding gebrachte producties in een vreemde taal indien hierop door een van de partijen een beroep gedaan is. Dit is enkel het geval indien de rechter en de wederpartij geen vertaling nodig hebben om de inhoud van die producties te kunnen beoordelen.

Bij producties in de Duitse, Franse of Engelse taal is in beginsel geen vertaling vereist. De rechter kan echter wel een vertaling verlangen indien hij dit nodig of wenselijk acht voor de behandeling van de zaak, mede gelet op de belangen van de wederpartij.

Bij producties in een andere vreemde taal is in beginsel wel een beëdigde vertaling vereist.

Ontbreekt een vereiste vertaling, dan moet de partij die het stuk overgelegd heeft, de gelegenheid geboden worden alsnog een beëdigde vertaling van het stuk over te leggen.

2)         De betekenis van dit arrest
Wat betekent dit arrest nu voor u als internationaal ondernemer? Met andere woorden, wat is een efficiënte strategie bij het overleggen van producties in een andere taal dan het Nederlands?

In principe heeft het arrest geen gevolgen, zolang u zaken doet met Engels- Frans- of Duitstalige partners. Zoals eerder echter al gesteld door de Hoge Raad, kan, indien u overweegt stukken in een van deze talen te overleggen, de rechter evenwel nog steeds vragen om een beëdigde vertaling. Dit zal het geval zijn indien de rechter of de wederpartij de taal in kwestie – vooral bij het Frans zal dit een euvel zijn – niet beheerst.

Veiligheidshalve is het dus aan te raden altijd een beëdigde vertaling van stukken in het geding bij te voegen. Gezien de kosten die daarmee gemoeid zijn, is het echter aan te raden voor uzelf een afweging te maken: Indien u stukken in het Engels, Frans of Duits heeft, is het aan te raden géén vertaling te laten maken. Indien de rechter hiertoe beveelt, kan dit altijd alsnog gedaan worden.

Wel kan het de moeite zijn om bij zeer technische stukken (men denke aan een medisch rapport, een ‘legal opinion’ of iets dergelijks) altijd een vertaling over te leggen. De internationale praktijk van ons kantoor leert immers maar al te vaak dat begrip uit het Duits, Frans of Engels totaal andere nuances in kan houden dan het ‘vertaalde’ Nederlandse begrip. Hoewel de Hoge Raad hier in zijn arrest geen rekening mee houdt, is het wel aan te bevelen een essentieel stuk altijd te laten vertalen.

Daarom dient u altijd te overwegen of een stuk eenvoudig van aard is (geen vertaling) of dat het gecompliceerde nuances bevat, dan wel ingewikkeld is. In het laatste geval leidt het niet toevoegen van een vertaling namelijk tot vertalingsrisico’s indien de rechter zelf met een woordenboek aan de slag gaat.

Bij stukken in een andere taal dan de hiervoor genoemde is de overweging lastiger: in beginsel géén vertaling bijvoegen? De rechter is immers op grond van het onderhavige arrest en artikel 23 Rv verplicht op al uw stukken acht te slaan. Indien er dan onduidelijkheid ontstaat, kan alsnog een vertaling gemaakt worden. Dit heeft wel als groot nadeel dat de procedure vertraagd wordt, hetgeen in uw nadeel – denk aan extra kosten – kan werken. Wel een vertaling bijvoegen heeft als voordeel dat het risico van vertraging niet bestaat, maar mogelijk maakt u dan onnodige vertaalkosten.

Bij een stuk in een andere taal dan het Duits, Frans of Engels is het daarom aan te raden de overweging te maken of het de moeite van een procesvertraging waard is de stukken niet preventief te laten vertalen of dat u de vaart er in wil houden.

3)         Conclusie
Mitsdien is het te overwegen stukken in een andere taal dan het Duits, Frans en Engels (en uiteraard Nederlands) altijd te laten vertalen en bij stukken uit een van deze talen in een gerechtelijke procedure te wachten op een bevel van de rechter. Dit lijdt slechts uitzondering indien een stuk zo essentieel voor een zaak is dat het risico niet genomen kan worden dat een beoogd bewijs ‘lost in translation’ gaat.

Indien u vragen heeft over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Gabriel Spera, spera@lexquire.nl.