Het coronavirus had afgelopen jaar een enorme impact. De maatregelen worden langzaamaan versoepeld en we mogen weer (met aanpassingen) samen gaan sporten. Door het enthousiasme kan het soms mis gaan. Als u een blessure (letselschade) oploopt, dan kan een ander daarvoor aansprakelijk zijn.

De kans op letselschade in sport- en spelsituaties

In sport- en spelsituaties is de kans op letselschade doorgaans aanzienlijk, aangezien spelers tot op zekere hoogte risico’s – die tot het spel behoren – accepteren. Om die reden kan een gedraging die normaliter leidt tot aansprakelijkheid en vergoeding van de ontstane schade, in een sport- en spelsituatie niet leiden tot aansprakelijkheid en vergoeding van de schade. Er is derhalve sprake van een zogenoemde verhoogde drempel.

Letselschade en vergoeding daarvan

Doordat er in sport- en spelsituaties sprake is van een verhoogde drempel, wordt de kans op vergoeding van de geleden letselschade doorgaans ook kleiner. Nu bepaalde gedragingen in beginsel niet meer leiden tot aansprakelijkheid en een schadevergoedingsplicht.

De vraag of er sprake is van aansprakelijkheid en een schadevergoedingsplicht hangt derhalve samen met de vraag of de desbetreffende gedraging plaatsvond in een sport- en spelsituatie. Ter verduidelijking zullen een aantal voorbeelden uit de rechtspraak worden gegeven.

Gedragingen die wel hebben plaatsgevonden in een sport- en spelsituatie:

  • Na het einde van een game een aantal tennisballen naar de andere helft van de baan slaan;[1]
  • Het opvangen van watergolven tijdens een georganiseerde vaartocht met een RIB-boot (speedboot);[2]
  • Het rechts inhalen van een teamgenoot tijdens het wielrennen waardoor die teamgenoot ten val is gekomen;[3]

Gedragingen die niet hebben plaatsgevonden in een sport- en spelsituatie:

  • Het tackelen van een voetbalspeler op het moment dat hij/zij geen balbezit meer heeft;[4]
  • Het slaan van een golfbal terwijl het teken om te mogen slaan nog niet gegeven was;[5]
  • Het in een sloot duwen van een persoon nadat deze is natgemaakt met een emmer water;[6]

Concluderend is de ‘veroorzaker’ van de schade in een sport- en spelsituatie doorgaans niet aansprakelijk, nu er in dat geval sprake is van een verhoogde drempel. Indien u letsel heeft opgelopen in een dergelijke situatie, kunt u uw schade in principe dan ook niet verhalen op de ander. Indien u schade heeft opgelopen buiten een sport- en spelsituatie, dan kunt u uw schade wel verhalen op de ‘veroorzaker’. Deze is in dat geval wel aansprakelijk voor de letselschade die u heeft opgelopen, nu in dat geval geen sprake is van een verhoogde drempel.

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat het niet eenvoudig is om vast te stellen of sprake is van een sport- en spelsituatie. Zelfs in situaties waarin het evident lijkt dat sprake is van een sport- en spelsituatie kan een rechter oordelen dat dit niet het geval is. Het is namelijk afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Een klein verschil in omstandigheden, kan leiden tot een andere uitkomst.

Conclusie

Concluderend is de vraag of een gedraging heeft plaatsgevonden in een sport- en spelsituatie – en daarmee wel of niet voor vergoeding in aanmerking komt – niet meteen met een ja of nee te beantwoorden. Het antwoord op die vraag is immers afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Mocht u vragen hebben over letselschade (in een sport- en spelsituatie), dan denken de specialisten van LexQuire Tax & Law graag met u mee. 

Door Joanna Hagemans

[1] HR 19 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1456 (het tennisbal-arrest).

[2] Hof Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:GHDA:2019:948.

[3] Rb. Oost-Brabant 12 april 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:1970.

[4] Rb. Noord- Nederland 11 maart 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:1502.

[5] Rb. Amsterdam 3 oktober 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6608.

[6] Rb. Leeuwarden 31 mei 2006, ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ0314.